rotterdamse vrijeschool voor voortgezet onderwijs
vwo, havo, vmbo-tl

Leven in
uitersten,
dat hoort bij
deze leeftijd

klas 9

De kindertijd is definitief voorbij. De persoonlijkheid komt meer en meer tevoorschijn. De jongere gaat denkend de wereld doorgronden en vormt zich daarover een eigen mening. Het vermogen tot abstract denken en redeneren neemt toe.
Er is nog veel onzekerheid en disbalans en er gaat veel invloed uit van de ‘peergroup’ (vriendengroepen).

Het vermogen om de eigen positie te bepalen, eigen keuzes te maken en daaraan innerlijke zekerheid te ontlenen, vraagt om gerichte ontwikkeling. De leerstof biedt ondersteuning door helder en consequent richting te wijzen. Een ander kenmerk van deze leeftijdsfase is het leven in uitersten. Er is een grote drang naar zelfstandigheid en naar het leren omgaan met sympathie en antipathie. Individualisering breekt door. In veel lessen wordt humor als pedagogisch middel gebruikt om de sfeer te verluchtigen en te leren relativeren. De lestabellen staan in de bijlagen. Op de website van de school staat het gehele leerplan met alle vakbeschrijvingen. Hieronder staan impressies van enkele periodes en vaklessen.

Periode Nederlands 1: spanning en humor

De leerlingen leren relativeren en hun eigen gevoel te nuanceren. Ze ontdekken schijn en werkelijkheid. Ze leren dat wat gezegd wordt en dat wat bedoeld wordt van elkaar te onderscheiden. Een lach en een traan hebben altijd veel met elkaar te maken. Ze lezen, luisteren en kijken naar humoristische fragmenten in verschillende genres. ‘Wat vind ik leuk en waarom?’ is een van de vragen die de leerlingen in deze periode beantwoorden.

Periode Nederlands 2: Verlichting & Romantiek

In de periode Verlichting & Romantiek leren de leerlingen de kwaliteiten van het denken gevoelsleven kennen en waarderen. Ze ontdekken welke invloed de ontwikkeling van het denken heeft gehad op de literatuur in de tijd van de Verlichting. De leerlingen lezen fragmenten uit verschillende literaire genres, zoals het imaginaire reisverhaal of de briefroman. Hierbij wordt de vraag gesteld of de wijze lessen in de werken uit de Verlichting vandaag de dag nog geldig zijn. Ze leren dat de Romantiek veel meer inhoudt dan het woord romantisch doet vermoeden. De leerlingen schrijven zelf romantische verhalen en gedichten en luisteren naar verhalen van grote namen uit de literatuurgeschiedenis, zoals het liefdesverhaal ‘Saïdjah en Adinda’ uit de Max Havelaar van Multatuli. De leerlingen gaan inzien dat de literatuur niet losstaat van de geschiedenis.

Periode kunstgeschiedenis: Oudheid tot en met Renaissance

Kunstgeschiedenis toont de leerling de ontwikkelingsgang van de mensheid, waarin een toenemende individualisering zichtbaar wordt. Ze verdiepen zich in de kunst en cultuur van de oude Egyptenaren, Grieken en Romeinen, het vroege christendom, de Renaissance en de Barok. De gehele ontwikkeling van de Egyptische grafschilderkunst tot en met de portretten van Rembrandt wordt door de leerlingen getekend en beschreven. In het gezamenlijk onderzoeken ziet de leerling aspecten van de eigen ontwikkeling terug in de kunstgeschiedenis. Dit is de eerste periode kunstgeschiedenis. In de 12e klas wordt deze afgesloten met een kunstreis en een periode moderne kunstgeschiedenis.

Periode wiskunde: cirkelmeetkunde

De cirkel is een weerspiegeling van de perfectie, eenheid en heelheid van de wereld en van onszelf. Onbewust kan de puber, die alle zekerheden van de kindertijd heeft verloren, de eenheid van de cirkel alshouvast beleven. De lessen gaan in op de kenmerken van de Griekse wiskunde en de relatie tussen cirkelbogen en hoeken. Het getal pi wordt geïntroduceerd. Verder oefenen de leerlingen met het berekenen van omtrek en oppervlakte van figuren die zworden begrensd door cirkelbogen. Raaklijnconstructies en veel andere constructies doen een beroep op de precisie, terwijl bewijzen van stellingen een beroep doen op het logische denken.

Vaklessen euritmie

De leerlingen maken zich de basiselementen steeds meer eigen. Deze kunnen ze nu zelf gebruiken bij de vormgeving van teksten en muziekstukken. De leerkracht kiest muziek die past bij de klas, vaak muziekstukken met veel dynamiek, dat wil zeggen veel variatie in snelheid, melodie, afwisseling hard/zacht, etcetera. De leerlingen hebben hun eigen inbreng bij de keuze van gebaren en totstandkoming van de bewegingsvorm. In deze leeftijdsfase speelt de verhouding binnen-/buitenwereld een grote rol. Vandaar dat het ‘binnen/buiten’ wordt geoefend met de geometrische driehoeksverschuiving. Daarbij verplaatsen de leerlingen zich in groepjes volgens een vast patroon in en om een driehoek. De euritmie wordt afgerond met presentaties van zelfgemaakte choreografieën of bewegingsvormen in stilte. Hierin zijn alle geoefende vaardigheden verwerkt en die worden min of meer zelfstandig toegepast. Rond Pasen is er een presentatie voor ouders en belangstellenden.

Vaklessen Geschiedenis, Economie en Aardrijkskunde

Bij het vak Big History vertellen we het grote verhaal van hoe we hier zijn gekomen. Het verbindt verschillende wetenschappelijke disciplines met elkaar zodat de leerling een goed beeld krijgt hoe alles met elkaar samenhangt. Dit doen we door onze gehele geschiedenis, van oerknal tot het heden te bestuderen, waarbij vanzelf allerlei vakgebieden aan de orde komen – van astronomie tot geologie en van geschiedenis tot psychologie.

Vaklessen muziek

De vierstemmige samenzang – sopraan, alt, tenor en bas – wordt verder geoefend. Leerlingen zingen met name liederen die geënt zijn op de jaargetijden. Ook blijft het klassieke en volkszang repertoire ruime aandacht houden. De leerlingen werken aan de vaardigheid om partituren te lezen. In kleinere ensembles zingen ze voor elkaar en luisteren ze naar elkaar. Het beleven van de dynamiek in de gestudeerde muziekstukken wordt verder uitgebreid. De djembé- en gitaarlessen herhalen de basisstof en breiden deze verder uit. Aan het eind van klas 9 kunnen leerlingen vanuit de aangeleerde vaardigheden hun eigen muziek noteren en uitvoeren.
De leerlingen hebben nu een muzikale basis.

Vaklessen Tekenen en Schilderen

Het onderwerp is het menselijk gelaat. Het wordt belicht vanuit de proportieleer, de karikatuur en werken van Rembrandt. Met passende technieken worden verschillende gezichtspunten verbeeld. De leerling gaat kleuren mengen, past gecontroleerd zwarten wit toe en leert omgaan met accenten licht en donker. Er wordt gewerkt met zachte pastels, acrylverf en zacht potlood.

Vaklessen Toneel

Het typetjestoneel met zijn uitvergroting van eenzijdigheden komt volledig tot zijn recht in klas 9, want de puber leeft nog in uitersten en het leven kent soms heftige pieken en dalen. Contrasten – zowel innerlijk als uiterlijk – vormen de basis van het spel. Als uitgangspunt dienen de personages uit de commedia dell’arte. Ook worden de zeven hoofdzonden, de schaduwzijden van de ziel, wel als uitgangspunt genomen. De leerlingen werken aan een voorstelling die zij opvoeren in de theaterzaal. De basisvaardigheden die de leerlingen zich eigen hebben gemaakt, passen ze nu toe om via improvisaties tot een voorstelling te komen. Vaklessen metaalbewerken Bij het metaalbewerken wordt bijna letterlijk de wil gestaald. Uit een stuk gereedschapsstaal zagen en vijlen de leerlingen met precisie een tang of hamer. Er is grote concentratie nodig om technisch vakwerk te leveren en wilskracht om het werkstuk zo te maken dat het thuis de gereedschapskist in kan.

Winkelstage

In aansluiting op de ontwikkelingsstof van de periode bedrijfseconomie doen de leerlingen een winkelstage van twee weken. Zij zoeken in principe zelf een stageplaats en worden hierin begeleid door de stage- coördinator. Dit bevordert de ontwikkeling van hun assertiviteit en initiatiefkracht. Tijdens de stage leren ze zoveel mogelijk facetten van het winkelbedrijf kennen en voeren vele opdrachten uit. Na afloop van de stage leveren de leerlingen een uitgebreid stageverslag in, met beantwoording van een onderzoeksvraag die zij van tevoren hebben opgesteld. In klassenverband worden vervolgens de stage-ervaringen uitgewisseld.